De Don Quichot-vertaling van Lambert van den Bos


[…]

De literaire nalatenschap van Lambert van den Bos is immens. Het is
niet verwonderlijk dat hij op een lijn wordt gesteld met auteurs als Simon
de Vries en Jacob Campo Weyerman39: of het hun nu om den brode,
om de faam of om het vertier te doen was, alledrie hebben ze het schrijven
tot ambacht weten te verheffen. Lambert van den Bos publiceerde in ongeveer dezelfde periode als Simon de Vries ruim 70 werken, oorspronkelijk of in vertaling, meestal in het Nederlands, een enkele keer in het Latijn. Hier zijn de vele (gelegenheids-)gedichten die hij heeft geschreven niet bij inbegrepen. Net als De Vries en Weyerman was Van den Bos een veelzijdig auteur: hij schreef en vertaalde treurspelen, heldendichten, kronieken, land- en reisbeschrijvingen, medische werken en hij compileerde vele bundels van uiteenlopend karakter.

Indien de toeschrijving correct is, is zijn oudst bekende publikatie de Wonderbaerlijken strijdt tusschen de kikvorschen ende de muysen uit 1641, uitgegeven te Dordrecht door Jasper Goris. Dit werk is een vertaling/bewerking “toegepast op de Nederlandsche oorloge”, van de Griekse fabel Batrachomyomachia, die op naam van Homerus is overgeleverd40. In 1660 verscheen de tweede druk van deze vertaling, te Dordrecht door Jasper Goris en diens zoon Johannes verzorgd. Interessant aan deze uitgave is dat op de titelpagina de initialen van de vertaler genoemd worden: L.I. Dit zou een afkorting kunnen zijn voor Lambert Iacobsz. Als de vertaling werkelijk van de hand van Van den Bos is, dan is het opmerkelijk dat het tot 1645 duurde voor hij opnieuw een werk publiceerde, en wel het treurspel Carel de negende, anders Parysche bruyloft, over de moord op en vervolging van de Hugenoten in Frankrijk. De initialen waarachter de auteur van Carel de Negende zich op de titelpagina verschuilt, zijn ditmaal iets duidelijker: L.V.B.

De eerste publikatie waarop zijn achternaam ondubbelzinnig wordt vermeld, zijn de Essays of Poëtische betrachtingen uit 1646, op kosten van de auteur uitgegeven door Jacob Lescailje te Amsterdam. Tot zijn vertrek uit Amsterdam brachten Lescailje en andere Amsterdamse uitgevers nog een tiental heldendichten, vorstenspiegels en treurspelen van Van den Bos uit. Gedurende zijn verblijf in Helmond heeft hij, voor zover bekend, geen nieuwe werken gepubliceerd. Vanaf het moment echter dat hij zich in Dordrecht aansloot bij de culturele kring aldaar, kreeg hij een stevige voet tussen de deur bij plaatselijke boekhandelaren, zoals Jacob Braat, Jacobus Savry en Nicolaes de Vries: niet minder dan 25 van zijn boeken (eigen werk en vertalingen) uit de periode 1655-1671 voeren de plaatsnaam Dordrecht in het impressum of het colofon. Daarnaast verschenen er te Amsterdam herdrukken van veel van zijn eerder gepubliceerde werken. Voor Van den Bos zijn deze Dordtse jaren ongetwijfeld zijn vetste geweest als publicist.

De veelzijdigheid van Van den Bos als schrijver blijkt ook uit zijn vertalingen: hij vertaalt uit het Latijn, het Grieks, het Frans, het Engels, het Italiaans en het Spaans. Het is wellicht verrassend te constateren dat hij het meest uit het Engels heeft vertaald, met als goede tweede het Italiaans. Dit is niet zonder belang met betrekking tot zijn vertaling van de Don Quijote. Dit is de enige die hij, aldus de titelpagina, “uyt de Spaensche in onse Nederlantsche tale overgeset” heeft. Gezien het feit dat er al enkele decennia Engelse en Italiaanse vertalingen bestonden van de Quijote, lijkt het niet gewaagd te veronderstellen dat Van den Bos een van deze (of beide) bij zijn vertaling gebruikt heeft.

Ondanks die veelzijdigheid is er duidelijk een rode draad in het oeuvre van Van den Bos waar te nemen, namelijk zijn fascinatie voor vorsten en helden. Heldendichten behoorden tot zijn vroegste publikaties en ook zijn laatst verschenen boeken handelden over de “op- en ondergang der grooten”. Sommige personen van koninklijken (of stadhouderlijken) bloede waren het in zijn ogen waard in een aparte historische of biografische schets in de boekhandel bijgezet te worden, zoals Karel IX, Maria Stuart, Koningin
Elisabeth, Karel de II, Willem de Zwijger en Willem III. Vele anderen kregen een plaatsje in compilatiebundels met titels als Het konincklyk treurtoonneel, ofte Op- en onder-gangh der keyseren, koningen en vorsten (1656), Keur-stof deses tydts, behelsende de voornaemste geschiedenissen of rampsaligheden der grooten (1672) en Prael-tooneel der doorluchtige mannen (1676). Zijn elangstelling voor het hofleven blijkt ook uit zijn vertaling uit het Italiaans van het etiquetteboek De volmaeckte hovelinck van Baldazar de Castiglione (1662). Zijn populairste, of in ieder geval meest herdrukte vertaling betrof echter de lotgevallen van een echte anti-held: Don Quichot.

Prosper Arents geeft in zijn bibliografie Cervantes in het Nederlands
het volgende overzicht van edities van de vertaling van Lambert van den
Bos41:

[1e dr.] Dordrecht, J. Savry, 1657.

[2e dr.] Amsterdam, A. van den Heuvel, 1669.

[3e dr.] Amsterdam, B. Boeckholt, 1669.

[Nieuwe titeldruk] Amsterdam, B. Boeckholt, 1670

3e dr. [= 4e dr..] Amsterdam, W. van Lamsvelt, J. van Lamsveld, en J. Hulk, 1696

5e dr. Amsterdam, W. de Coup, W. van Lamsveld, Ph. Verbeek, 1699

6e dr. Amsterdam, J. Graal, J. en W van Heekere, 1707.

6e dr. [Nieuwe titeldr.] Amsterdam, J. Rohan en P. Visser, 1707. (Klandestiene uitgave.)

7e dr. Amsterdam, P. Visser, 1732

[7e dr. op titelpag.? Nieuwe titeldr.?] Amsterdam, S.J. Balde, 1732.
“Er zijn dus zeven drukken en vermoedelijk drie nieuwe titeldrukken”, aldus zijn conclusie. Dat “drie” kan gereduceerd worden tot “twee”. De laatst vermelde editie van S.J. Balde (= S.J. Baalde) is namelijk een ghost, en Arents heeft de sleutel tot deze conclusie zelf in handen gehad. De gegevens heeft hij, zoals hij aangeeft, overgenomen uit de boekhandelslijst van Abkoude en Arrenberg42. Hij had al vastgesteld dat Baalde als uitgever in de tweede helft van de achttiende eeuw actief was, en kon dus niet uit de voeten met het jaartal 1732. Het simpele antwoord is te vinden in het voorwoord van de Abkoude-Arrenberg: in die boekhandelslijst, samengesteld voor collega-boekhandelaren (en niet voor twintigste-eeuwse filologen of boekhistorici) wordt “alleenlijk den tegenwoordigen Bezitter of Drukker” genoemd43. Met andere woorden: Baalde had het restant van de editie van 1732 overgenomen en gold ten tijde van het verschijnen van de Abkoude-Arrenberg als de rechtmatige kopijbezitter. Een editie op zijn eigen naam is er nooit geweest.

Al evenaart Don Quichot zijn grote held en voorvader Amadis van Gallië er niet mee, het aantal van zeven herdrukken en twee titeluitgaven in 75 jaar is respectabel. Het is echter niet alleen de verdienste van Cervantes dat Den verstandigen vroomen ridder, Don Quichot de la Mancha aansloeg. Van den Bos en Savry hebben er duidelijk naar gestreefd een integere vertaling te leveren en geven blijk van inzicht in de tekst en de `meta-ironie’ van Cervantes, zoals die onder andere vorm heeft gekregen in de manier waarop het fictionele karakter van het verhaal wordt ondermijnd. Cervantes verwijst immers voortdurend naar een werkelijkheid buiten het boek, die op haar beurt ook weer fictioneel is. Dat Van den Bos inzicht in de tekst had, blijkt uit de kwaliteit van de vertaling44, die ook nu nog genietbaar is; dat hij ook openstond voor de ironie van Cervantes heeft onder andere geleid tot enkele subtiliteiten in het voorwerk: op de gegraveerde titelpagina’s bijvoorbeeld worden naast Don Quichot, Sancho Panza en Dulcinea ook Amadis, Roelant en Merlijn afgebeeld. Op de versozijde van de eerste titelgravure is het volgende gedicht afgedrukt:

Swicht Angeel’ en Oriaen

Dulcinea komt te baen,

Amadis en Roelants Speer

Buygen voor ‘er Standert neer.

Na de typografische titelpagina, de opdracht van Savry aan Pieter de Sondt
en het voorwoord door Lambert van den Bos, volgt dan, in plaats van een
traditioneel drempeldicht over de kwaliteiten van de auteur en de vertaler45, een gedicht getiteld “‘t Geslachte van Don Quichot in t’ gebergt Serre Morena, in de Rots van hem selfs gegraveert, namaels in ‘t Arabis, maar nu in duytsch overgezet”, ondertekend met S.V.H. In een notedop presenteert Samuel van Hoogstraten de zelfgeschreven genealogie van de dolende ridder. Met andere woorden, nog voor de vertaling begint wordt de lezer op diverse manieren geconfronteerd met de gelaagde wereld van Don Quichot, geheel in de geest van Cervantes.

In zijn editie van 1669/1670 heeft Baltes Boekholt het gedicht “Op de roem-beruchte daden van den dapperen ridder Don Quichot de la Mancha” in de plaats gesteld van de opdracht van Savry aan De Sondt. Dit is wel een
traditioneel drempeldicht, waarin de waarde van de tekst wordt aangegeven “[…] dat wie zijn daaden leest, lacht uyt met luyder keelen”. In alle
latere uitgaven van de vertaling van Van den Bos is het voorwerk in deze
samenstelling overgenomen.

Boekholt beschikte bij het drukken van zijn editie over de 24 platen die in 1657 voor de illustraties waren gebruikt. De maker van de platen zou Salomon Savry zijn geweest46. Wel heeft Boekholt een nieuwe titelgravure laten snijden, waarop de elementen van de twee gegraveerde titelpagina’s van Savry zijn samengebracht. Als vaste bijnaam kreeg Don Quichot de bijnaam “Ridder van de leeuwe” (wat heel wat wervender klinkt dan “Ridder van de droevige figuur”, zoals Sancho Panza zijn meester meestal noemt). Doordat Boekholt niet het duodecimo-formaat van de eerste editie heeft aangehouden, maar zijn versie in octavo heeft gedrukt, is de paginering geheel veranderd. De ingrepen op de koperplaten om de passende paginering aan te brengen, zijn duidelijk zichtbaar. Omdat de gravures voor een kleiner formaat boek zijn gesneden, moesten de afdrukken met extra veel bladwit worden afgesneden.

Bij de eerstvolgende editie, in 1696, konden de uitgevers niet meer de hand leggen op de originele platen. Lucas Scherm heeft nieuwe gravures gemaakt (inclusief een nieuwe titelgravure), waarop minder details te zien zijn en de arceringen veel grover zijn. Ook deze editie werd, evenals alle latere edities, in octavo-formaat uitgegeven. Opvallend genoeg werd de grootte van de gravures gehandhaafd: ze zijn bij het kopiëren niet vergroot tot bladspiegelformaat en worden dus ook door extra bladwit omgeven.
Tot en met de editie van 1732 zijn deze gravures van Scherm gebruikt, met
deze kanttekening dat ze voor de editie van 1707 enigszins zijn bijgesneden.

De vertaling op zichzelf heeft ook niet geheel ongeschonden 1732 gehaald.
Als we de uitgave (roofdruk?) van Arent van den Heuvel uit 1669 buiten
beschouwing laten, waarin flink in een aantal hoofdstukken is gesnoeid47
vinden de eerste ingrijpende wijzigingen plaats in de vijfde druk uit 1699
(een jaar na Lamberts dood). Enkele hoofdstukken in het eerste deel die
inhoudelijk samenhangen, zijn samengevoegd, waardoor het aantal hoofdstukken gereduceerd werd van 52 tot 49. Bovendien is de tekst, zoals op de titelpagina wordt aangegeven, “op nieuws overzien, en van veele misstellingen gezuiverd”. Tenslotte is er een uitgebreid register achter het tweede deel toegevoegd. Verantwoordelijk voor al deze ingrepen was Gotfried van Broekhuizen, bekend gebleven om zijn vertalingen uit het Frans van reisbeschrijvingen en historische werken. De editie van 1707 volgt de uitgave van 1699 geheel, maar in 1732 ontfermde een ander zich over de tekst. Deze onbekend gebleven editeur heeft de tekst niet alleen “van veele misstellingen” maar ook van “aanstootelyke Spreekwyzen” gezuiverd. Dit klinkt dreigend, maar in de praktijk blijkt het wel mee te vallen. De wijzigingen zijn, voor zover gebleken uit een steekproef, vooral op woordniveau doorgevoerd. De hoertjes die Don Quichot in het tweede hoofdstuk van boek 1 bij de herberg ziet staan, beschreef Lambert van den Bos als “twee jonge deerens”. Dit is in de editie van 1732 afgezwakt tot “twee jonge vrouwen”. Ook de ironische aanduiding “de oude deern” voor de huishoudster van Don Quichot is consequent veranderd in het brave “de oude maagt”. De erotische toespelingen in de herdersliedjes zijn daarentegen wel woordelijk gehandhaafd. Ook is nauwelijks ingegrepen
in de grove taal die tijdens ruzies en gevechten over en weer werd geslingerd. De vele verwensingen van katholieke signatuur zijn eveneens, afgezien van spellingswijzigingen, onveranderd overgenomen.

Noten

39. Moderne Encyclopedie der wereldliteratuur. Gent 1963, dl. 9, p. 232 (s.v. Vries).

40. P. De Rynck en A. Welkenhuysen: De Oudheid in het Nederlands. Baarn 1992, p. 122.

41. P. Arents: Cervantes in het Nederlands, Bibliografie. Gent 1962, p. XII.

42. R. Arrenberg: Naamregister van de bekendste […] Nederduitsche boeken. Voorheen uitgegeven door J. van Abkoude. Rotterdam 1773 (2e dr.:  Rotterdam 1788).

43. Abkoude-Arrenberg, fol. *3r.

44. J. de Bruyne: `Algunas observaciones acerca de un superlativo de texto del Quijote y su traducción por Lambert van den Bos’. In: Linguistica Antverpiensia 20 (1986), p. 34-43. Helaas geeft De Bruyne geen antwoord op de vraag of de vertaling gebaseerd is op het Spaanse origineel of op een andere vertaling. Wel laat hij zien aan de hand van Cervantes’ veelvuldig gebruik van de overtreffende trap dat Van den Bos dankzij zijn goede kennis van het Latijn tot een degelijke vertaling kon komen. Bijv.: “Confiada estoy, señor  poderosísimo, hermosísima señora y discretísimos circunstantes, que ha de hallar mi cuitísima en vuestros valeriosísimos pechos acogimiento, no menos plácido que generoso y doloroso” [cursief MdN] wordt bij Lambert van den Bos: “Ick heb een vast vertrouwen, aldermachtigste Heer, alderschoonste Vrouw, en wijse verstandige Omstaenders, dat mijn droefheyt sal vinden in u edelmoedigste inborsten een edele en droevige toegang”.

45. In het voorwerk bij Lamberts vertaling van Seneca’s treurspel Agamemnon (1661) heeft Samuel van Hoogstraten wel een dergelijk traditioneel drempeldicht geschreven.

46. Arents, op. cit., p. 2.

47. Arents, op. cit, p. 3-5.


Deze tekst is onderdeel van het artikel ‘Van ridders en andere Dordtse helden, De Don Quichot-vertaling van Lambert van den Bos’, geschreven door Rietje van Vliet en Marco de Niet, oorspronkelijk verschenen in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 18 (1995) 1, p. 10-20.
Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s